Archive for month: oktober, 2013

Zomertijd: daar lig ik wakker van

27 Okt
27 oktober 2013

Elk jaar klaag ik er weer over: de meest zinloze massale tijdsbesteding van een heleboel aardbewoners – de klok een uur verzetten. Vandaag neem ik even de tijd om uit te leggen waarom het zinloos is, om daar in de toekomst (of het verleden, afhankelijk van wanneer je deze post leest) naar te kunnen refereren.

Zomertijd is bedacht aan het eind van de 19e eeuw door George Hudson, die door het ‘langer’ maken van de dag meer tijd kreeg om zijn insectencollectie aan te vullen. Pas in 1916 sloeg het idee aan bij de Duitsers, die tijdens de Eerste Wereldoorlog kool wilden besparen. De Nederlanders en Britten volgden snel, nadat die laatsten het in de jaren daarvoor nog hadden verworpen met prachtige Britse argumenten:

Supposing [on the night the clocks are set back] some unfortunate lady was confined with twins and one child was born 10 minutes before 1 o’clock. […] the time of birth of the two children would be reversed. […] Such an alteration might conceivably affect the property and titles in that House.
Arthur James Balfour, toenmalig First Lord of the Admiralty

Tussen WO I en het einde van WO II hebben we in Nederland de zomertijd gehandhaafd. De Tweede Wereldoorlog bracht ons nóg een wijziging van de tijd; we gingen over van Nederlandse Tijd (UTC+0:20), de tijd waarmee de zon in Nederland gemiddeld genomen om 12 uur op zijn hoogste punt is, naar de door Duitsland gevoerde Middel-Europese Tijd (UTC+1). Na de oorlog bleef MET gehandhaafd, maar de zomertijd werd pas weer in 1977 ingevoerd. Direct gevolg van dit geklungel is dat we in Nederland in de zomertijd (UTC+2) één uur en veertig minuten voorlopen op de zon. Het hoogste punt is dus niet om 12 uur (of om 13:00 uur wat je zou verwachten met zomertijd), maar rond 13:40 uur. Dat terwijl we alleen in de zomer de zon zien.

Nou is het natuurlijk goed te begrijpen dat we in Nederland vast zijn blijven houden aan de tijdzone die ook in de omringende landen wordt gevoerd. Het zou wel erg eigenwijs zijn om onze eigen tijdzone aan te houden, omdat het alleen maar nadelen met zich meebrengt. Daarnaast is de kaart met tijdzones toch al een dusdanige chaos dat de uitzondering niet heel erg opvalt, naast dat onze uitzondering in het niet valt bij landen als IJsland en Rusland. (Als je last hebt van OCD, moet je absoluut niet te lang naar dit plaatje kijken. Er zijn echt maar een paar tijdsgrenzen die wél gevolgd worden. Canada is écht OCD-materiaal trouwens.)

Standard_time_zones_of_the_world

Maar ik dwaal af. Zomertijd is perfect als je graag vlinders vangt of oorlog voert, maar voor de rest van de wereld lijkt het vooral te gaan om een energiebesparing. Door het een uur ‘langer’ licht te laten zijn, blijven mensen langer buiten en zou je energie besparen op kunstlicht. Klinkt misschien logisch in termen van honderd jaar geleden, maar kunstlicht is niet meer onze grootste energieslurper. Elektronica en witgoed wel, en die gebruik je toch onafhankelijk van of het nou licht of donker is. De grootste verbruiker is in toenemende mate de airconditioning – en dat gebruik je juist als het licht is.

Of energie echt wordt bespaard met zomertijd, is de grote vraag en de meningen lopen uiteen. Alle onderzoeken zijn het er in elk geval over eens dat het niet om een groot verschil gaat: hooguit 1%. Dat is voor een gemiddeld Nederlands huishouden minder dan 7 euro op jaarbasis. In de nota over de invoering van de zomertijd in 1976 wordt dit ook bevestigd:

Wat betreft de energiebesparing, die mogelijk uit de invoering van zomertijd zal voortvloeien, wijs ik er nogmaals op, dat energiebesparing voor de regering niet het motief is geweest om zomertijd in te voeren. Dat er wellicht toch sprake zal zijn van enige besparing moet dan ook veeleer gezien worden als een bijkomstig voordeel, dan als doel op zichzelf. […] In ieder geval kan worden gesteld dat het energieverbruik door de invoering van de zomertijd per saldo hoogstens een geringe wijziging zal ondergaan.
Wim Polak, toenmalig staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

De rationale lag dan ook niet bij mogelijke energiebesparing, maar bij het toerisme, zo blijkt uit de Memorie van Toelichting:

Invoering van zomertijd had naar de mening van de commissie zowel in economisch als in sociaal opzicht voor- en nadelen, waarvan de omvang zich moeilijk liet kwantificeren. De commissie vestigde de aandacht op het feit dat er van de zijde van de openluchtrecreatie en het toerisme gesproken kon worden van een toegenomen belangstelling voor de invoering van zomertijd.
Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken

De Rekenkamer rekende uit hoeveel dit nou daadwerkelijk opbrengt voor het toerisme en op basis van 25% meer activiteiten in de avonduren kwamen ze op een bedrag 12,24 miljoen euro. Dat klinkt heel wat, maar het is maar een klein druppeltje vergeleken met de jaaropbrengst van het toerisme: 37 miljard euro. Ook hier dus een effect van minder dan één procent. Hetzelfde televisieprogramma raamde dat boeren in totaal 8,3 miljoen euro mislopen door de invoering van de zomertijd. Ook minder dan één procent, maar het effect op het toerisme lijkt hiermee grotendeels tenietgedaan. (Overigens begrijp ik niet waarom boeren hun ritme ook wijzigen, als dat zoveel euro kost – ze zouden ook gewoon de zomertijd kunnen negeren, toch?)

Dieren hebben er nog meer last van: er zijn meer aanrijdingen met wild na de halfjaarlijkse wisseling. Het bioritme van de mens gaat ook van slag: zo is er geraamd dat in Amerika er 480 miljoen dollar aan productiviteit op de werkvloer verdwijnt op de maandag na de invoering van de zomertijd. Een Zweedse studie wees zelfs uit dat er 5,1% extra hartinfarcten zijn in het voorjaar door de zomertijd (en 1,5% minder in het najaar), per saldo 10 extra doden per jaar.

Afgezien van de zin en onzin van zomertijd; er is misschien wel wat te zeggen voor “een uurtje ‘langer’ licht”, want dat we evenveel zonlicht zouden moeten hebben vóór en ná 12 uur lijkt een prehistorische gedachte. Misschien is wintertijd gewoon achterhaald? Dat dacht Rusland nou ook, en die zit dan sinds 2011 ook in permanente zomertijd. Dat gaat misschien wat ver, maar het is in elk geval beter dan elk jaar twee keer het bioritme te breken. Plus, dat houdt het allemaal wat handiger voor onze computersystemen en maakt het maken van internationale afspraken wat eenvoudiger.

Maar, omdat wintertijd voor Nederland eigenlijk al zomertijd is, is het wat mij betreft hoog tijd om de zomertijd af te schaffen en te stoppen met dit halfjaarlijkse klokkengedoe.

Wil je meer weten, kijk dan vooral eens naar het YouTube-kanaal van C.G.P. Grey, die dit verhaal een stuk behapbaarder brengt.
Dit artikel verscheen ook in verkorte vorm als ingezonden brief op 28 oktober in nrc.next.

0,1 procent

19 Okt
19 oktober 2013

Nu ik dagelijks een behoorlijke poos achter het stuur zit voor mijn dagelijks gependel van en naar mijn stageplek, erger ik me ook dagelijks aan andere bestuurders in het verkeer. Dat doen meer mensen – Belgisch onderzoek wijst uit dat 95% van de automobilisten vloekt op andere weggebruikers. In Nederland zal dat niet veel anders zijn.

En dat is ook niet zo vreemd. Als ik ’s ochtends met een half-slaapdronken kop achter een inhalende vrachtwagen zit waar hij niet eens in mag halen, achter iemand rijd die 115 km/u genoeg vindt of word verblind door de verkeerde (mist)lichtvoering van de auto achter me, dan vloek ik ook even. Wat dat betreft is het verkeer ook een fijne uitlaatklep.

Het meest ergerlijke is het echter op het moment dat mensen agressief worden. Iedereen maakt fouten. Maar, als de auto voor je van rijbaan wisselt en dat netjes aangeeft, maar je hebt het niet door, dan hoef je nog niet te reageren door te gaan bumperkleven, middelvingers op te gaan steken en fanatiek te gaan claxoneren. (En ja, dan ga ik ook 115 km/u rijden en blijf ik misschien nét iets te lang op de linkerrijstrook.)

Woensdag las ik dat 0,1 procent van de automobilisten verantwoordelijk is voor 6% van de ongelukken.

(De verkeersaso komt vaak voor in geasfalteerde gebieden en heeft een topsnelheid ruim boven 130 km/u. Hij is te herkennen aan zijn lokroep: een luide en aanhoudende toon. Hij gebruikt zijn roep, maar ook handgebaren en soms zelfs onverstaanbare woorden, om te communiceren met soortgenoten. Zij moeten echter niets weten van de aso; door zijn afwijkende gedrag wordt hij door de groep verstoten. Er is daarom niets bekend over hoe deze soort zich voortplant, hoewel zij zich wel lijken te vermenigvuldigen. Wel bekend is dat de meeste aso’s vanaf hun achttiende levensjaar in het wild te spotten zijn.

161013_aso3

En ze zijn blijkbaar dus verantwoordelijk voor een groot deel van de ongelukken.)

Wat mij betreft maken we boetes afhankelijk van het aantal overtredingen. In dat jaar bijvoorbeeld; je moet niet na twintig jaar nog opgezadeld zitten met fouten die je jáááren geleden hebt gemaakt. En het lost het probleem op dat mensen die eens per ongeluk een paar kilometer per uur te hard rijden, onevenredig hard worden gepakt.

Op termijn ben ik ook voorstander van straffen die passen bij de overtreding. We kennen al het alcoholslot, maar misschien moeten we bij notoire tehardrijders een snelheidsbegrenzer inbouwen. Een signaalblokkeerder voor mobiele bellers. Een irritant piepsignaal bij bumperklevers. En een ov-abonnement voor de verkeersaso’s.

Veel beter zal het niet worden voor de slaapdronken forenzen. Die zullen zich zich gehaast blijven voelen. Twee dingen wil ik meegeven: (1) vertrek ruim op tijd en blijf rustig, ook als iemand zich misdraagt, en (2) als iemand richting aangeeft, hoort dat te betekenen: “ik heb al gekeken, weet dat het veilig is en ik ga nu van rijrichting veranderen!”