Je ne suis pas Charlie

11 jan
11 januari 2015

Het kan je niet zijn ontgaan, de aanslag op het Franse blad Charlie Hebdo afgelopen woensdag. De afgelopen dagen hebben de gebeurtenissen het nieuws gedomineerd: “Wat betekent de gruwelijke daad voor onze vrijheid?” en “Wat doet het met ons?” waren belangrijke onderwerpen. Niet lang nadat het nieuws naar buiten kwam begonnen mensen te Twitteren: “Je suis Charlie” – “Ik ben Charlie“. Niet veel later was die spreuk ook op straat te zien en heeft het zelfs de ingang van de Universiteit Twente bereikt.

Maar we zijn geen Charlie. Ik in elk geval niet, en waarschijnlijk zijn een heleboel anderen ook geen Charlie. Ik zou bijvoorbeeld nooit geitenneukende Mohammeds gebruiken om mijn punt te maken. Niet alleen omdat ik absoluut niet kan tekenen, maar ook omdat het ongenuanceerde en onfatsoenlijke beledigen van een andermans religie – of opvattingen in het algemeen – niet in mijn aard ligt.

Daarnaast bekritiseerde Charlie alles dat los en vast zat, iets dat de gemiddelde mens niet zal doen (ook niet de klaaggrage Nederlander). Tot woensdag kende Charlie dan ook nog veel meer tegenstanders. Nu is het natuurlijk wel zo dat alleen beledigde moslims er een gruwelijke daad aan hebben verbonden. Dat wil niet zeggen dat alléén moslims in staat zijn aanslagen te plegen, maar feit is wel dat de Westerse wereld het meest wordt bedreigd door extremistische moslims. Dat komt niet dóór de islam – 99,9% van de moslims is immers niet gewelddadig – maar dat betekent niet dat de islam geen rol speelt.

Dit voedt natuurlijk de angst voor deze geloofsovertuiging. Politici als Geert Wilders en Marine Le Pen (overigens opeens groot bejubelaars van Charlie) zullen deze “aanslag op de democratie” paradoxaal genoeg dan ook ongetwijfeld aangrijpen als extra reden om de Koran te verbieden. Dat slaat natuurlijk enorm door, maar feit is wel dat zij en Charlie één van de weinigen zijn die nog openlijk kritiek durven te uiten op de islam.

Alleen is de manier waarop dat gebeurt soms misselijkmakend. Het feit dat je vrijheid van meningsuiting hebt, wil nog niet zeggen dat het netjes is om hele bevolkingsgroepen door het slijk te halen. En wat we acceptabel vinden als ‘kritiek’ op de islam (“alle moslims terug naar hun land”), zouden we niet accepteren voor anderen (“alle negers terug naar hun land” of “alle joden terug naar hun land”). Ik ben voor de vrijheid van meningsuiting, maar ik ben bang dat deze vrijheid inmiddels is doorgeslagen naar het trappen op minderheden. Dat ‘zij’ (de moslims) de vrijheid van meningsuiting dan niet zien als groot goed, is dan misschien ook wel begrijpelijk.

Begrijp me niet verkeerd: mensen vermoorden omdat ze plaatjes maken is altijd fout! Er is niets dat iemand kan zeggen, doen of laten dat het gebruik van geweld legitimeert. Mocht je van mening verschillen met iemand, gebruik dan woorden. Helaas is de realiteit anders en zelfcensuur is aan de orde van de dag; de moed die staf van Charlie Hebdo heeft gehad is bewonderenswaardig. Ben je tegen wat ze deden, maak dan zelf vunzige plaatjes van geitenneukende Jezussen. Maar die laatste twee woorden bevestigen voor mij ook dat Charlie Hebdo journalistiek uitschot was waarmee ik me niet zou willen associëren.

Ik heb er dan ook moeite mee om te begrijpen waarom de kranten dagenlang cartoons van Charlie publiceerden of waarom mensen massaal de straten op gingen om – ja wat eigenlijk – steun te betuigen? Laten we rouwen om de doden van de afgelopen week. Niet omdat de slachtoffers voorvechters waren van de vrijheid van meningsuiting, maar omdat ze bij een gruwelijke daad om het leven zijn gekomen. De mensen van Charlie Hebdo waren geen helden om wat ze schreven, maar door de moorden zijn ze dat nu wel. Ik vraag me af of dat terecht is.

Dossier Operation High Impact

15 mei
15 mei 2014

Ik, Ralph Broenink, (eventjes) verbalisant in het kader van de Cyber Crime Challenge 2014 dat is georganiseerd voor de werving voor (o.a.) het Team High Tech Crime van de Nationale Politie, heb observeringen gedaan ten einde voornoemde Challenge tot een goed einde te brengen.

In tegenstelling tot de challenge van vorig jaar, waar er twaalf vragen voor ‘iedereen’ waren, bestond deze Challenge uit drie algemene vragen en daarna de keuze om voor vier vragen in het digitaal of een tactisch spoor te gaan. Ik heb beide sporen doorlopen. Dit proces-verbaal beschrijft mijn bevindingen.

Verder lezen →

Vanaf deze week bij uw downloadboer

25 jan
25 januari 2014

Downloaden is legaal in Nederland. Althans, voor zover dat onder de thuiskopieheffing valt. Dat is dus ook de reden dat auteursrechtenorganisatie BREIN hier geen individuele downloaders aanpakt, maar juist (met weinig effect) op sites als The Pirate Bay jaagt. Tot onvrede van BREIN, maar een prima systeem voor een serieverslaafde als ik.

Mijn geautomatiseerde illegalebrondownloadsysteem is dan ook van alle gemakken voorzien. Het begint bij Sickbeard, dat regelmatig checkt of er nieuwe series te downloaden zijn. Dat doet hij via omgwtfnzbs, dat een index bijhoudt van alle artikelen op Usenet. Als er iets nieuws is gevonden, wordt de nzb – een bestand dat verwijzingen naar de items op Usenet bevat – naar SABnzbd+ gestuurd. Als die klaar is met downloaden, dan wordt er een seintje teruggestuurd naar Sickbeard, dat het bestand netjes in een mappenstructuur op mijn NAS (opslagruimte die aan mijn lokale netwerk hangt) opslaat. Dan wordt er een seintje gestuurd naar Plex, waarmee ik de aflevering op mijn telefoon, televisie, computer of waar dan ook kan kijken. Die stuurt ook een seintje naar trakt.tv, waarmee ik kan bijhouden welke afleveringen ik heb gezien; op mijn telefoon kan ik dat zien met behulp van SeriesGuide.

Goed geregeld dus: komt er in Amerika ‘s nachts iets op televisie, dan kan ik het de volgende ochtend op mijn gemak bekijken. Dat is niet wat de ‘legale’ manier mij toestaat. Voor muziek is dat nu op-en-top geregeld met Spotify en Google Play Music All Access. Voor films en series bestaan er weinig vergelijkbare diensten. Hulu is niet beschikbaar in Nederland, HBO Go heeft een beperkt aanbod. Netflix, alom geprezen om zijn geweldigheid, loopt in Nederland fantastisch achter met zijn tv-series. Dexter seizoen 8 is nog niet beschikbaar, de laatste acht afleveringen van Breaking Bad missen nog, South Park en HBO-series ontbreken geheel, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

En ja, als serieverslaafde wil je gewoon snel aan je dosis komen. Je hebt geen zin om langer te wachten dan nodig – dus ook niet totdat de licenties beschikbaar zijn. Je wilt kijken wanneer jóu dat uitkomt – met het gemak van een paar drukken op de afstandsbediening. De ‘scene’ heeft dát allemaal prima voor elkaar, het legale circuit nog niet. Dat maakt de keus om het ‘slechte’ pad te gaan een stuk eenvoudiger.

Deze week las ik dat het Europees Hof van mening is dat de huidige Thuiskopieheffing onjuist is. Ook bleek eerder deze maand uit antwoorden op de prejudiciële vragen gesteld in de zaak tegen de stichting De Thuiskopie dat de Europese Advocaat-Generaal vindt dat een thuiskopie niet uit ongeoorloofde bron mag komen. Dat zal de politiek aanleiding geven om te luisteren naar de argumenten van lobby-organisaties zoals BREIN, die zich overigens voordoen als een overheidsorganisatie, maar dat niet zijn. Zij vertegenwoordigen een industrie die niet mee lijkt te willen gaan met moderne tijden, maar mensen graag uitbuiten door ze vaker dan éénmaal te laten betalen voor hetzelfde.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de three strikes-wet in Frankrijk geen enkel effect heeft gehad: downloaden is zóveel eenvoudiger en je kunt kijken wat je maar wilt, zolang het ooit op TV of Blu-ray is geweest, wanneer het jou uitkomt. De filmindustrie moet dát eens doorkrijgen: wij willen niet meer wachten totdat iemand ergens heeft besloten dat de tijd rijp is voor de Blu-ray, voordat we het kunnen kijken. Voor TV-series geldt dat nog eens dubbel: waarom zouden we moeten wachten als mensen het in Amerika allang op hun DVR hebben staan? En waarom zou ik daar daarna nog eens drie dollar per aflevering voor moeten betalen, zonder dat ik het kan kijken waar ik wil? Ik denk dat de reclame minder oplevert!

Neem de film The Hunger Games: Catching Fire; een film die afgelopen jaar in de bioscoop draaide, maar waar ik geen tijd of zin in had om naar toe te gaan (bioscopen zijn ook gewoon vervelend, met hun popcornlucht, mensen die niet stil kunnen zijn en geen pauze wanneer het mij uitkomt). Het zal pas vanaf maart beschikbaar zijn in de winkels, maar is sinds deze week beschikbaar via torrent en Usenet. Gisteravond heb ik dan ook met mijn luie kont op de bank gehangen en gekeken naar hoe Katniss Everdeen een burgeroorlog veroorzaakt. En die film kan ik volgende week nog eens bekijken. Of volgend jaar, als ik wil.

Dát is een rekensom die ze in Hollywood eens moeten maken: hoeveel wordt er nu gepiraat door de hoge kosten, late levertijden en ongemak van het huidige aanbod aan films en tv-series, en hoeveel zou het opleveren om ze direct in een Spotify-achtige verpakking te stoppen? Totdat ik al mijn series een dag nadat ze in Amerika uit zijn gekomen vanaf mijn luie bank kan bekijken, zonder daar de hoofdprijs voor te betalen, blijf ik ze netjes downloaden. Totdat ze beseffen dat het gefaseerd uitbrengen van films op verschillende media niet meer houdbaar is, blijf ik ze netjes downloaden. En voor BREIN: ik betaal hier allemaal netjes voor via de Thuiskopieheffing. Ik schaam me er dus niet voor en ik ben bovendien geen crimineel, net zoals Rutger Schuil in de Volkskrant dat niet is – hoe hoog en laag jullie ook springen. Niet dat ik tegen een eerlijke vergoeding voor creatief werk ben overigens, al is het nog zo fijn om alles gratis te doen.

En deze week bij uw downloadboer? Katniss Everdeen bijvoorbeeld, maar ook de Blu-ray van Sherlock seizoen drie. En alle afleveringen van alle series van de afgelopen week. Beat that, Netflix!

Update: op 10 april heeft het kabinet, aan de hand van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, per direct een downloadverbod ingevoerd. Downloaden uit illegale bron mag dus niet meer. Klik dus vooral niet op de linkjes hierboven! Want dat mag niet!

Knal. BOEM! Pfffiieieie … knetter!

31 dec
31 december 2013

Vuurwerk hoort er gewoon bij; het is traditie. Dat is althans wat veel voorstanders van vuurwerk zeggen. “Te gevaarlijk en te veel overlast,” vinden de tegenstanders.

Als iemand die nooit vuurwerk af heeft gestoken en het altijd geldverspilling heeft gevonden, behoor ik misschien tot het laatste kamp. Ik heb er niets mee en zou het niet per se missen als er een algeheel verbod komt op consumentenvuurwerk. Het zou dan ook mijn voorkeur hebben als er grote vuurwerkshows komen.

Toch twijfel ik. Ik kan me voorstellen dat er anderen zijn die graag hun handen verkleumen om de lont stil te houden en een paar vuurpijlen de lucht in te zien gaan, “omdat het erbij hoort”. Dat is een vrijheid die ik niemand af wil nemen, zolang ze de buren er niet mee lastigvallen natuurlijk. Het geopperde alternatief voor die vrijheid zijn grote (gemeentelijke) vuurwerkshows. Maar daar kleven weer allerlei praktische bezwaren aan (die overigens vast wel op te lossen zijn): Wie organiseert dit? Waar komt het geld vandaan? En waar halen ze genoeg pyrotechnici vandaan om een vuurwerkshow te geven op oudejaarsavond?

Een algeheel vuurwerkverbod gaat dan misschien ook wat ver. Eén categorie vuurwerk is voor mij echter wel duidelijk: knalvuurwerk. Waarom? Vuurwapens zijn voor ons burgers verboden, maar eens per jaar mogen wij (lees: de tokkies) los met dit soort vuurwerk, waarmee de straten blauw komen te staan van de rook en rood van het afval. Zij mogen één dag per jaar (lees: gaan ruim vier dagen) lekker recalcitrant de buren wakker houden met de luidste knallen van de straat. Knalvuurwerk is bovendien uitermate geschikt om vuurwerkbommen mee te maken, om in kinderwagens te gooien en gewoon om iedereen mee lastig te vallen. Nee, het dient geen enkel nut en is voor een heel beperkte groep mensen leuk.

Ik pleit dan ook voor een knalvuurwerkverbod. Als we dan, ook naar Zweeds model, meteen ervoor zorgen dat vuurwerk in de grote steden alleen in de parken af mag worden gestoken, dan wordt het in Nederland nóg een stukje beschaafder. En dan kun je wel veilig over straat om 0.30 uur op 1 januari.

Tot die tijd kun je om 0.05 uur vanavond een mooie vuurwerkshow bekijken. Toegang is gratis! Een fijne jaarwisseling gewenst!

Zomertijd: daar lig ik wakker van

27 okt
27 oktober 2013

Elk jaar klaag ik er weer over: de meest zinloze massale tijdsbesteding van een heleboel aardbewoners – de klok een uur verzetten. Vandaag neem ik even de tijd om uit te leggen waarom het zinloos is, om daar in de toekomst (of het verleden, afhankelijk van wanneer je deze post leest) naar te kunnen refereren.

Zomertijd is bedacht aan het eind van de 19e eeuw door George Hudson, die door het ‘langer’ maken van de dag meer tijd kreeg om zijn insectencollectie aan te vullen. Pas in 1916 sloeg het idee aan bij de Duitsers, die tijdens de Eerste Wereldoorlog kool wilden besparen. De Nederlanders en Britten volgden snel, nadat die laatsten het in de jaren daarvoor nog hadden verworpen met prachtige Britse argumenten:

Supposing [on the night the clocks are set back] some unfortunate lady was confined with twins and one child was born 10 minutes before 1 o’clock. […] the time of birth of the two children would be reversed. […] Such an alteration might conceivably affect the property and titles in that House.
Arthur James Balfour, toenmalig First Lord of the Admiralty

Tussen WO I en het einde van WO II hebben we in Nederland de zomertijd gehandhaafd. De Tweede Wereldoorlog bracht ons nóg een wijziging van de tijd; we gingen over van Nederlandse Tijd (UTC+0:20), de tijd waarmee de zon in Nederland gemiddeld genomen om 12 uur op zijn hoogste punt is, naar de door Duitsland gevoerde Middel-Europese Tijd (UTC+1). Na de oorlog bleef MET gehandhaafd, maar de zomertijd werd pas weer in 1977 ingevoerd. Direct gevolg van dit geklungel is dat we in Nederland in de zomertijd (UTC+2) één uur en veertig minuten voorlopen op de zon. Het hoogste punt is dus niet om 12 uur (of om 13:00 uur wat je zou verwachten met zomertijd), maar rond 13:40 uur. Dat terwijl we alleen in de zomer de zon zien.

Nou is het natuurlijk goed te begrijpen dat we in Nederland vast zijn blijven houden aan de tijdzone die ook in de omringende landen wordt gevoerd. Het zou wel erg eigenwijs zijn om onze eigen tijdzone aan te houden, omdat het alleen maar nadelen met zich meebrengt. Daarnaast is de kaart met tijdzones toch al een dusdanige chaos dat de uitzondering niet heel erg opvalt, naast dat onze uitzondering in het niet valt bij landen als IJsland en Rusland. (Als je last hebt van OCD, moet je absoluut niet te lang naar dit plaatje kijken. Er zijn echt maar een paar tijdsgrenzen die wél gevolgd worden. Canada is écht OCD-materiaal trouwens.)

Standard_time_zones_of_the_world

Maar ik dwaal af. Zomertijd is perfect als je graag vlinders vangt of oorlog voert, maar voor de rest van de wereld lijkt het vooral te gaan om een energiebesparing. Door het een uur ‘langer’ licht te laten zijn, blijven mensen langer buiten en zou je energie besparen op kunstlicht. Klinkt misschien logisch in termen van honderd jaar geleden, maar kunstlicht is niet meer onze grootste energieslurper. Elektronica en witgoed wel, en die gebruik je toch onafhankelijk van of het nou licht of donker is. De grootste verbruiker is in toenemende mate de airconditioning – en dat gebruik je juist als het licht is.

Of energie echt wordt bespaard met zomertijd, is de grote vraag en de meningen lopen uiteen. Alle onderzoeken zijn het er in elk geval over eens dat het niet om een groot verschil gaat: hooguit 1%. Dat is voor een gemiddeld Nederlands huishouden minder dan 7 euro op jaarbasis. In de nota over de invoering van de zomertijd in 1976 wordt dit ook bevestigd:

Wat betreft de energiebesparing, die mogelijk uit de invoering van zomertijd zal voortvloeien, wijs ik er nogmaals op, dat energiebesparing voor de regering niet het motief is geweest om zomertijd in te voeren. Dat er wellicht toch sprake zal zijn van enige besparing moet dan ook veeleer gezien worden als een bijkomstig voordeel, dan als doel op zichzelf. […] In ieder geval kan worden gesteld dat het energieverbruik door de invoering van de zomertijd per saldo hoogstens een geringe wijziging zal ondergaan.
Wim Polak, toenmalig staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

De rationale lag dan ook niet bij mogelijke energiebesparing, maar bij het toerisme, zo blijkt uit de Memorie van Toelichting:

Invoering van zomertijd had naar de mening van de commissie zowel in economisch als in sociaal opzicht voor- en nadelen, waarvan de omvang zich moeilijk liet kwantificeren. De commissie vestigde de aandacht op het feit dat er van de zijde van de openluchtrecreatie en het toerisme gesproken kon worden van een toegenomen belangstelling voor de invoering van zomertijd.
Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken

De Rekenkamer rekende uit hoeveel dit nou daadwerkelijk opbrengt voor het toerisme en op basis van 25% meer activiteiten in de avonduren kwamen ze op een bedrag 12,24 miljoen euro. Dat klinkt heel wat, maar het is maar een klein druppeltje vergeleken met de jaaropbrengst van het toerisme: 37 miljard euro. Ook hier dus een effect van minder dan één procent. Hetzelfde televisieprogramma raamde dat boeren in totaal 8,3 miljoen euro mislopen door de invoering van de zomertijd. Ook minder dan één procent, maar het effect op het toerisme lijkt hiermee grotendeels tenietgedaan. (Overigens begrijp ik niet waarom boeren hun ritme ook wijzigen, als dat zoveel euro kost – ze zouden ook gewoon de zomertijd kunnen negeren, toch?)

Dieren hebben er nog meer last van: er zijn meer aanrijdingen met wild na de halfjaarlijkse wisseling. Het bioritme van de mens gaat ook van slag: zo is er geraamd dat in Amerika er 480 miljoen dollar aan productiviteit op de werkvloer verdwijnt op de maandag na de invoering van de zomertijd. Een Zweedse studie wees zelfs uit dat er 5,1% extra hartinfarcten zijn in het voorjaar door de zomertijd (en 1,5% minder in het najaar), per saldo 10 extra doden per jaar.

Afgezien van de zin en onzin van zomertijd; er is misschien wel wat te zeggen voor “een uurtje ‘langer’ licht”, want dat we evenveel zonlicht zouden moeten hebben vóór en ná 12 uur lijkt een prehistorische gedachte. Misschien is wintertijd gewoon achterhaald? Dat dacht Rusland nou ook, en die zit dan sinds 2011 ook in permanente zomertijd. Dat gaat misschien wat ver, maar het is in elk geval beter dan elk jaar twee keer het bioritme te breken. Plus, dat houdt het allemaal wat handiger voor onze computersystemen en maakt het maken van internationale afspraken wat eenvoudiger.

Maar, omdat wintertijd voor Nederland eigenlijk al zomertijd is, is het wat mij betreft hoog tijd om de zomertijd af te schaffen en te stoppen met dit halfjaarlijkse klokkengedoe.

Wil je meer weten, kijk dan vooral eens naar het YouTube-kanaal van C.G.P. Grey, die dit verhaal een stuk behapbaarder brengt.
Dit artikel verscheen ook in verkorte vorm als ingezonden brief op 28 oktober in nrc.next.